Radiotherapie

Radiotherapie is het bestrijden van kwaadaardige nieuwvormingen (kanker) in het lichaam met behulp van ioniserende straling. Radiotherapie vormt samen met chirurgie en chemotherapie de drie pijlers voor de behandeling van patiënten met kanker. Het effect van radiotherapie berust op het verschil in gevoeligheid voor straling tussen gezond weefsel en kankerweefsel.

Therapieën

Externe Bestraling
Bij radiotherapie worden de meeste patiënten bestraald met röntgenstraling, opgewekt door een lineaire versneller. Een lineaire versneller genereert fotonenstraling (Röntgenstraling) met energieën van 4 MV tot 25 MV door elektronen op een doel in de kop van de versneller te richten. Door het doel weg te draaien, kan de patiënt ook met elektronen bestraald worden. Deze vorm van bestralen is meer geschikt voor oppervlakkige aandoeningen, aangezien elektronen minder diep doordringen in het lichaam.

Orthovolt
Een kleiner aantal patiënten is gebaat bij behandeling met Orthovolt-bestraling. De straling, die door deze machine w ordt opgewekt heeft een energie tussen de 100 keV en 250 keV. Vanwege het weinig doordringend vermogen is deze machine meer geschikt voor de behandeling van huidkanker, zoals het basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom van de huid.

Inwendige Bestraling
Brachytherapie is een methode van behandelen waarbij ingekapseld radioactief materiaal, bijvoorbeeld jodium-125 of iridium-192, in of tegen de tumor gebracht wordt. Een applicator of een aantal naaldjes worden het lichaam ingebracht en achteraf gevuld met radioactieve bronnen (Afterloading). Ook is het mogelijk Jodium-bronnetjes in het aangedane weefsel, bijvoorbeeld de prostaat, te implanteren.

(tijdelijke tekst bron:Wikipedia)